Shopping Cart
Your Cart is Empty
Quantity:
Subtotal
Taxes
Shipping
Total
There was an error with PayPalClick here to try again
CelebrateThank you for your business!You should be receiving an order confirmation from Paypal shortly.Exit Shopping Cart

Inleiding

In dit pedagogisch beleid maakt u kennis met mijn visie op kinderopvang en leest u hoe ik richting geef aan het pedagogisch handelen, om de opvang van uw kind zo plezierig mogelijk te maken. Ik bespreek eerst de opvoedingsdoelen waaraan ik werk, daarna de ontwikkeling van het kind en hoe ik dat stimuleer. Tot slot bespreek ik de dagelijkse praktijk van Casa Angelica.

4 pedagogische opvoedingsdoelen

In de eerste levensjaren van een kind vinden veel belangrijke ontwikkelingen plaats die bepalend zijn voor de rest van het leven van uw kind. De groei naar volwassenheid is een proces waarin het kind zich ontplooit en wordt wie hij is. Een goede start begint daarom bij een veilige, liefdevolle en vertrouwde omgeving waarin het kind zich veilig en geborgen voelt. Kinderopvang van hoge kwaliteit biedt meer kans op een goede ontwikkeling van uw kind.

Binnen de opvang werk ik aan 4 pedagogische opvoedingsdoelen. Dit zijn doelen die kinderen nodig hebben om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Samen vormen ze het fundament voor de kwaliteit van de opvoeding en de opvang. Het kind is altijd het vertrekpunt, waarbij de situatie en het moment van belang zijn. De 4 pedagogische opvoedingsdoelen zijn:

1. Het bieden van een gevoel van fysieke en emotionele veiligheid.

2. Het bieden van mogelijkheden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie.

3. Het bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie.

4. Socialisatie en het eigen maken van waarden en normen.


Deze doelen worden hieronder uitgebreid beschreven.


1. Een gevoel van fysieke en emotionele veiligheid.

Uw kind moet zich veilig en geborgen voelen om zich te kunnen ontwikkelen. Het is belangrijk dat er een sfeer is waarin het kind zich geaccepteerd en gewaardeerd voelt. Kinderen krijgen dan meer zelfvertrouwen en kunnen zich beter hechten. Een baby kan zich slechts aan een beperkt aantal mensen hechten. Ik, als gastouder, bied naast u als ouder het kind één vaste opvoeder. Dit zorgt voor een goede hechting en daarmee voor een betere ontwikkeling. Daarnaast is het belangrijk dat ik het gedrag van het kind kan uitleggen. Zo leert uw kind dat het mij kan bereiken met zijn gedrag. Het kind kan troost en veiligheid bij mij vinden. Zo krijgt het kind vertrouwen in zichzelf en durft het kind op onderzoek uit te gaan.

Lichamelijk contact is belangrijk voor een gevoel van geborgenheid. Dit probeer ik bijvoorbeeld te bereiken door veel met een baby te knuffelen. Het uiten van emoties, zoals lachen of huilen, kan erg opluchten. Daarom geef ik het kind de ruimte om emoties te ervaren en te uiten en neem ik deze serieus. Ik heb bijvoorbeeld oog voor de gevoelens van het kind door erover te praten of door te benoemen wat ik zie. Een voorbeeld: Wanneer uw kind verdrietig is als u weg gaat benoem ik het gevoel en de oorzaak. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Ik zie dat je nu verdrietig bent omdat je mama nu weg gaat'. Daarnaast bied ik troost aan het verdrietige kind. Jonge kinderen kunnen allerlei angsten hebben. Ik neem deze angsten altijd serieus, en bespreek ze met de ouder. Samen kunnen we dan op zoek gaan naar een oplossing.


Als uw kind 's morgens bij mij komt, vind ik het belangrijk dat ik oog heb voor het individuele kind en na het breng-moment eerst rust creëer. Dit doe ik door samen aan tafel te zitten. We zingen het liedje 'Goeden morgen allemaal' om op te starten. Dan vraag ik hoe de ochtend was of de dag daarvoor, wat was leuk en waren er ook dingen minder leuke dingen. Zo heb ik oog voor de emotie van het kind en laat merken dat alles bespreekbaar is.

Vervolgens krijgen de kinderen zelf de vrijheid om te kiezen wat ze willen doen. Zo geef ik ze het vertrouwen om hun eigen keuzes te maken.


2. Het ontwikkelen van persoonlijke competentie:

Hiermee wordt bedoeld dat een kind de kans krijgt om vaardigheden aan te leren zoals zelfstandigheid, zelfvertrouwen, flexibiliteit en creativiteit. Het is belangrijk dat het kind zijn mogelijkheden en beperkingen leert ontdekken. Een kind moet zich daarin gesteund voelen en weten dat het op u terug kan vallen en om hulp kan vragen. Een kind heeft van nature de drang om uitdaging op te zoeken en dingen zelf te willen doen. Zo ontwikkelt het kind zich spelenderwijs. Het is belangrijk dat het proces van zelfredzaamheid gestimuleerd wordt, waarbij ze mogen experimenteren. Een kind leert zo zelf keuzes te maken. Concreet betekent dit dat het kind zoveel mogelijk zelf mag doen: zelf eten en drinken, de eigen jas ophangen, eigen spullen uit de tas pakken en speelgoed kiezen. Maar ook leren om zelf speelgoed op te ruimen, aan- en uit te kleden en ruzies met andere kinderen op te lossen. Als iets een aantal keren niet lukt, kan het kind gefrustreerd raken. Op dat moment kan ik het kind een stapje verder helpen.


De manier waarop het kind gewaardeerd wordt, heeft invloed op het zelfvertrouwen van het kind en de ontwikkeling van een positief zelfbeeld. Ieder kind heeft behoefte aan positieve aandacht. Daarom heb ik veel aandacht voor positief gedrag. Het is belangrijk om goed te kijken en luisteren naar de behoeftes van het kind. Hierop inspelen betekent de ene keer het kind stimuleren en een andere keer het kind niet storen in zijn spel. Zo krijgt het kind de vrijheid om te ontdekken en zich verder te ontplooien.


3. Bieden van gelegenheid tot het ontwikkelen van sociale competentie:

Een jong kind ontdekt dat het een eigen wil heeft. Het is belangrijk dat de wil van het kind wordt gerespecteerd, het kind geeft met zijn wil immers richting aan zijn leven. Tijdens de koppigheidsfase (die meestal begint rond de anderhalf jaar) vraagt dit soms om veel geduld. Als het kind weer rustig is, kan er stil worden gestaan bij wat er is gebeurd en kan het kind worden gerustgesteld. Soms is een driftbui te voorkomen door het kind tijdig voor te bereiden op wat komen gaat, bijvoorbeeld door te zeggen: 'Je kunt nog even spelen, daarna gaan we opruimen'.


Het ontwikkelen van sociale competentie en sociaal gedrag is voor het kind belangrijk om zich staande te houden in de samenleving. Het moet met anderen samen kunnen spelen en werken, relaties kunnen aangaan en vriendschappen kunnen sluiten. Voorwaarde is dat het kind zich kan verplaatsen in een ander.

Sociale ontwikkeling houdt in dat een kind leert omgaan met andere kinderen en volwassenen, maar ook dat het kind leert van anderen. Doordat er hier meerdere kinderen zijn, kunnen de kinderen met elkaar belangrijke vriendschapsrelaties ontwikkelen. Dit geldt zowel tussen kinderen van dezelfde leeftijd als tussen oudere en jongere kinderen. Peuters spelen nog veel naast elkaar. Kleuters willen al graag samen spelen. Door het contact met anderen leert een kind zich verplaatsen in de ander, maar ook om samen oplossingen te zoeken voor problemen.

Door saamhorigheid te bevorderen stimuleer ik de kinderen elkaar te helpen en te troosten als dat nodig is. Door te praten over dingen die ze gezamenlijk hebben mee gemaakt leren kinderen van elkaar, delen ervaringen en hebben samen plezier. Door met een kind te praten over zijn gevoelens en die van anderen, wordt het vermogen om zich in anderen te kunnen verplaatsen vergroot. Kinderen kunnen niet worden verplicht om met elkaar op te trekken. Maar door een goede klimaat te creëren ontstaat samenwerking met de kinderen en tussen de kinderen onderling.


4. Socialisatie en het eigen maken van waarden en normen:

Het is belangrijk dat ik weet wat u het kind mee wil geven in zijn/haar opvoeding. Het kind moet ook de kans krijgen om zich de waarden en normen eigen te maken van de samenleving waarvan het deel uitmaakt. Dit stelt hem/haar in staat goed te functioneren in de directe omgeving en in de maatschappij. Het kind moet leren wat wel en niet mag en hoe het zich moet gedragen. We willen graag dat kinderen opgroeien tot mensen die wat voor elkaar over hebben.

Het is belangrijk dat we als opvoeders op een lijn zitten en de zelfde regels hebben als het gaat om de opvoeding van uw kind. Voorbeelden van regels zijn: samen delen, op je beurt wachten, niet door elkaar praten en aan tafel zitten tijdens het eten. Daarnaast vind ik het belangrijk om een kind respect voor de natuur en het milieu bij te brengen. Hieruit volgen regels: als afval niet op straat gooien, zuinig omgaan met water en energie en het niet vertrappen van planten. Ik neem hierin ook zelf een voorbeeldrol voor het kind.


Ruzie en pesten:

Plezier staat voorop bij spel en activiteiten. Toch ontstaan tussen spelende kinderen soms wel eens ruzie. Dit hoort erbij, kinderen leren hoe ze kunnen omgaan met andere kinderen. Ik geef kinderen daarom eerst de kans om het zelf op te lossen. Wel houd ik de ruzie in de gaten en grijp in als de strijd ongelijk is. Natuurlijk grijp ik direct in bij gevaarlijke situaties. Een kind mag boos zijn en dit uiten, indien het daarbij zichzelf of een ander geen kwaad aandoet. Boosheid en verdriet mogen kinderen uiten op een manier die niet kwetsend is voor anderen. Pesten wordt bij Casa Angelica niet getolereerd. Dit gedrag wordt besproken met kinderen en met het kind dat pest worden afspraken gemaakt.

Het kan ook voorkomen dat een kind jaloers is op de aandacht voor, of het speelgoed van een ander kind. Belangrijk is dat een kind leert om te delen. Dit los ik op door individuele aandacht te geven en duidelijke afspraken te maken over het delen van speelgoed. Het kind moet ook af en toe de gelegenheid krijgen om alleen met iets te spelen, zonder dit te hoeven delen. Daarnaast benader ik kinderen positief wanneer hij het plezier van anderen verstoort. Door middel van een positieve benadering en dus zonder dreiging, probeer ik het ongewenste gedrag om te buigen naar gewenste gedrag. Ik houd zelf van positief opvoeden. Belonen en aandacht geven als een kind iets goed doet is belangrijk. Ik leg uit waarom ik blij ben met dit gedrag, zodat andere kinderen dit ook begrijpen. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Wat fijn dat je me helpt met de tafel dekken/afruimen'. Als ik iets niet goed vind, dan leg ik duidelijk uit waarom dit niet mag. Bij een jong kind is afleiden of negeren vaak effectieve manier om om te gaan met ongewenst gedrag. Als het echt nodig is voor het kind om weer tot rust te komen, wordt het kind even apart gezet in dezelfde ruimte. Ik houd het kind altijd in de gaten en maakt het altijd weer goed. Hiermee herstel ik de veilige band tussen het kind en mijzelf. Bij oudere kinderen leg ik uit waarom ik iets niet goed vin en maak ik aan het kind duidelijk dat de straf geldt voor een bepaald gedrag of handelen. Niet het kind, maar het gedrag of de handeling wordt afgekeurd. Zo behoudt het kind een positief zelfbeeld. Wanneer ik een kind corrigeer, loopt ik naar het kind toe. Ik kijk daarbij het kind aan en leg uit waarom iets niet mag. Dit gebeurt altijd direct na de gebeurtenis om het verband tussen het gedrag en de afkeurende reactie duidelijk te maken.


De ontwikkeling van het jonge kind

Kinderen doorlopen een aantal ontwikkelingsgebieden in hun eigen tempo: ieder kind is immers uniek. Het ene kind is sneller met zitten of kruipen, dan het andere kind. Ook ontwikkelt het ene kind bepaalde vaardigheden beter of sneller dan het andere kind. Verder kan een kind soms zo intensief met iets bezig zijn, dat de ontwikkeling van een andere vaardigheid even stilstaat. Ik vind het belangrijk dat elk kind de mogelijkheid krijgt zich in zijn eigen tempo te ontwikkelen. Zowel de aangeboren aanleg van het kind als de omgevingsfactoren hebben invloed op de ontwikkeling. 

Voorbeelden van activiteiten die de ontwikkeling baby's en peuters stimuleren:

Hieronder bespreek ik voorbeelden van activiteiten om de ontwikkeling van uw kind te stimuleren: Gebaren en gezichtsuitdrukkingen bekijken en nadoen. Kiekeboe-spelletjes en verstoppertje spelen. Boeken en fotoalbums bekijken. Muziek maken en luisteren en liedjes zingen. Geluiden van verschillende dieren beluisteren, herkennen en nadoen. Het ontdekken van het eigen lichaam, bijvoorbeeld met aan- en uitkleden. Knuffelen, kietelen en stoeien enzovoort. Daarnaast heb ik specifieke aandacht voor de volgende ontwikkelgebieden:

  • Grove en fijne motoriek van een kind:

De grove motoriek kan worden gestimuleerd door kinderen te laten rennen, fietsen, rollen en kruipen. De fijne motoriek wordt bijvoorbeeld gestimuleerd door met kinderen te knippen, plakken, kleuren of met klei te laten spelen. Belangrijk voor het leren praten is de mondmotoriek. Deze stimuleer ik door het trekken van gekke gezichten, het maken van verschillende geluiden of bijvoorbeeld zachtjes te blazen. Een baby kan de rugspieren goed ontwikkelen als hij regelmatig op zijn buik gelegd wordt.

Andere voorbeelden zijn: klauteren en stoeien. Met de loopkar of poppenwagen lopen. Met de bal gooien en voetballen. Spelletjes zoals verstoppertje en tikkertje. Wandelen, zwemmen en dansen. Het in en uit elkaar halen van speelgoed of het op elkaar stapelen en bouwen van blokken. Kleuren, scheuren, krassen, tekenen en verven. Puzzelen. Met water, zand of klei spelen.

  • De cognitieve ontwikkeling:

Cognitieve ontwikkelingen zoals geheugen, denken, aandacht en taal. Taal en cognitie zijn nauw met elkaar verbonden.

Door allerlei dagelijkse situaties en gebeurtenissen met het kind te bespreken, stimuleer ik de cognitieve ontwikkeling extra. Ook help ik het kind door

oorzaak- en gevolg te begrijpen. Door vragen te stellen, zaken te benoemen en uit te leggen, probeer ik het kind uiteindelijk zelf alles te laten verwoorden. Wat is er gebeurd, waarom, wanneer en hoe gebeurde het? Een peuter leert zo dat hij oud brood mag meenemen als hij naar de eendjes gaat en zijn handen moet wassen na het toiletbezoek. Ik probeer daarbij een beroep te doen op het probleemoplossend vermogen van het kind, waarbij ik het kind steeds een stapje verder help.

Jonge kinderen onderscheiden fantasie en werkelijkheid nog niet van elkaar. De beelden uit de werkelijkheid en hun fantasie zijn allebei even waar. Ze denken nog niet in een logische verband. Al kijkend, voelend, proevend en tastend ervaren ze dat dingen verschillend zijn. Kinderen zijn van nature nieuwsgierig en leergierig.

Taal is een belangrijk hulpmiddel om inzicht te krijgen in de wereld. Een kind vraagt en krijgt uitleg en hulp in taal. Ik probeer te reageren op de taaluitingen van het kind, van de eerste klanken die een baby maakt tot de vragen en verhalen van de bijna-kleuter. Ook verwoordt ik wat ik doe, zonder daarbij te vervallen in beperkte of eenvoudige taal. Bij een foute uitspraak door het kind herhaal ik de woorden, maar met een juiste uitspraak. Bij vrijwel alle spelmaterialen en -activiteiten spelen taal en denken een rol.

Tenslotte is beweging van groot belang voor de ontwikkeling van de hersenen. Dit heeft onder andere een positief effect op het geheugen en de leerprestaties van het kind.

Een aantal voorbeelden van spellen waarbij taalontwikkeling, begripsvorming en geheugen gestimuleerd worden, zijn: Voorlezen en samen boekjes lezen, puzzelen, lotto, memorie en domino spelen. Spelen met blokken of duplo. 

  • Seksualiteit:

In de peuterleeftijd ontdekken kinderen het verschil tussen jongens en meisjes. Ze bekijken het eigen lichaam en dat van anderen, bijvoorbeeld bij het plassen en verschonen. Doktertje spelen wordt een interessant spel. Als de omgeving hierop afwijzend reageert, gaat de peuter dit als een taboe ervaren. Ik zorg ik ervoor dat de kinderen leren dat ze niet onder alle omstandigheden doktertje kunnen spelen en dat je sommige dingen niet moet doen waar anderen bij zijn. Dat het eigen lichaam privé is en dat anderen dat moeten respecteren. Ik bespreek met u als opvoeder de houding naar het kind rond seksualiteit zodat dit op elkaar afstemt.

3. De dagelijkse praktijk bij Casa Angelica

Het zorgen voor kinderen:

Het aantal kinderen die ik mag opvangen gaat als volgt:

- Ik mag niet meer dan vijf kinderen jonger dan 4 jaar tegelijk opvangen. Dit is inclusief eigen kinderen tot 4 jaar.

- Er mogen maximaal vier kinderen van 0 en 1 jaar gelijktijdig aanwezig zijn, waarvan maximaal twee kinderen van 0 jaar. Dit is inclusief eigen kinderen in deze leeftijd.

Achterwacht:

De achterwacht is iemand in de buurt op wie ik terug kan vallen als zich een calamiteit voordoet. Wanneer ik op vier of meer kinderen tegelijkertijd pas, is het verplicht om een achterwacht te hebben. De achterwacht moet binnen een kwartier op de opvanglocatie kunnen zijn om de zorg voor de kinderen over te nemen. Mijn achterwacht is mijn moeder die op nog geen 5 minuten afstand van mij woont en nog geen tien minuten afstand van mij werkt. Ook zij is in bezig van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).

Wennen en afscheid:

Een gewenningsperiode is aan te bevelen. Dit kunnen korte bezoekjes over en weer zijn, of het kind komt een paar dagen een aantal uren voor proefopvang. Niet voor alle kinderen is wennen en afscheid nemen makkelijk. Het is belangrijk dat de ouder duidelijk en kort afscheid neemt. Het kind weet dan dat de ouder weg is en hem later weer ophaalt.

Dagindeling en omgeving:

Het delen van de opvoeding begint bij een goede informatie-uitwisseling. Ik stem mijn werkwijze en beslissingen af op de wensen van de ouders en het kind. Zo kunt u bijvoorbeeld dezelfde knuffel in bed meegeven en u kunt besluiten om het kind wel of geen speen mee te geven. Ik overleg over de voorkeuren van het kind en de huisregels van de ouders en de dagindeling thuis zijn voor mij erg belangrijk.

Ik hanteer zoveel mogelijk een vast dagritme, zodat dit herkenbaar is voor het kind. Zo weet het kind wanneer het gaat eten, slapen en spelen. Dit geeft veel kinderen een veilig gevoel. Ook krijgt een kind duidelijkheid over wat er van hem wordt verwacht.

De maaltijden en het drinken vormen vaste momenten van rust, gezelligheid en aandacht voor elkaar. Het kind kan dan weer nieuwe energie opdoen. Daarnaast geef ik bij voorkeur een vast moment op de dag aan waarop ik aandacht besteed aan de taalontwikkeling van het kind. Dit doe ik bijvoorbeeld door het kind voor te lezen of door het doe-boek te gebruiken.

Ik zorg ervoor dat de kinderen, ook baby's, elke morgen en/of middag een tijd buiten zijn geweest.

Ik woon in een rustige wijk dicht gelegen bij twee speeltuinen. Rond mijn woning is geen water waardoor verdrinking niet kan voor komen. In de buurt van mijn woning is wel een drukke weg waardoor de kinderen bij mij niet alleen naar buiten mogen. Dus buiten spelen gebeurt altijd onder toezicht.

Parkeren kan hier in de straat en u hoeft daarvoor geen geld te betalen.

0